Voedingstherapie is laaghangend fruit. Pluk het a.u.b.!

Voedingstherapie is laaghangend fruit. Pluk het a.u.b.!

03 februari 2022

Individueel aangepaste voeding verhoogt de genezingskansen van kankerpatiënten. Dat is wetenschappelijk bewezen. In het UZ Brussel is nutritionele therapie daarom al goed ingeburgerd. Toch zijn er veel ziekenhuizen waar voeding als behandeling nog niet wordt toegepast. Hoog tijd dat artsen hun verantwoordelijkheid opnemen. De kennis staat gratis ter beschikking op het internet. Er is geen excuus.

'Mijn kanker heeft één voordeel: ik vermager.’ Ik hoor het patiënten regelmatig zeggen, en dat is afschuwelijk. Want wat een voordeel is voor gezonde mensen die te zwaar zijn, is een heel groot nadeel voor mensen die getroffen worden door kanker. Je verliest namelijk spiermassa, niet alleen in de skeletspieren maar ook in het hart en de ademhalingsspieren. Die spiermassa heb je net hard nodig in de strijd tegen kanker.

De tumor passeert eerst langs het buffet, dus zorg dat er genoeg is

80% van wie kanker heeft verliest gewicht. Bij 50% is dat zelfs meer dan 5% in 6 maanden en spreken we van cachexie of extreem gewichtsverlies. Een tumor vraagt immers veel eiwit om te groeien, en als dat niet genoeg door voedsel wordt aangebracht, gaat je lichaam de eigen spiermassa opeten om de kanker te voeden. Bij mensen met maag- of darmkanker is voedselinname op zich al problematisch. Daarnaast gaat het lichaam meer energie verbruiken, omdat bijvoorbeeld de ademhalingsspieren bij longkanker harder moeten werken.

Klinische voeding helpt kankerpatiënten om hun behandeling beter te verdragen

Extra voedselinname onder de vorm van individueel begeleide nutritionele therapie is zeer belangrijk - naast de primaire therapie uiteraard. In een studie hebben we duidelijk aangetoond dat klinische voeding niet alleen kankerpatiënten helpt om op gewicht te blijven, maar ook om hun behandeling beter te verdragen. De radio- of chemotherapie moet minder worden onderbroken en de dosissen konden op peil blijven. Bovendien blijken ze een betere overleving te hebben doordat ook hun immuunsysteem op peil blijft.  Het is een mythe dat extra voeding alleen maar de kanker voedt. De tumor passeert sowieso eerst langs het buffet, dat klopt, maar het is absoluut noodzakelijk om de spiermassa van de patiënt in stand te houden. 10 tot 20% van de kankerpatiënten wereldwijd sterft zelfs door ondervoeding in plaats van aan de gevolgen van kanker. In Europa zijn die cijfers gelukkig minder dramatisch, maar het zegt wel iets over de gevaren van cachexie of extreme magerte.

Lees verder onder de foto.

Individuele therapie op basis van biomedische parameters

In een andere studie hebben we 9700 kankerdossiers onderzocht en daarin zagen we dat er heel vaak info was over gewicht, maar niet over cachexie; dikwijls volgde er ook geen nutritionele interventie. Wie vandaag in het UZ Brussel binnenkomt met de diagnose kanker, wordt nu meteen gewogen, de cijfers worden vergeleken met vroeger en als er een gewichtsverlies is van 5% of meer wordt het nutritieteam automatisch ingeschakeld.

Wat doen we dan precies? Wegen, lengte opnemen, maar ook de lichaamssamenstelling meten met bio-elektrische impedantieanalyse om te kijken hoeveel spieren, vet, water en botten de patiënt heeft. Daarnaast meten we het metabolisme met indirecte calorimetrie. Vervolgens laten we de patiënt een voedingsdagboek bijhouden en rekenen onze diëtisten uit hoeveel calorieën die patiënt dagelijks inneemt. Tenslotte maken we de balans op tussen intake en verbruik. Is dat niet in evenwicht, dan starten we nutritionele therapie op. Soms is advies voldoende, soms geven we flesjes bijvoeding. Lukt dat niet, dan gaan we over op sondevoeding rechtstreeks in de maag of parenterale voeding in de bloedbaan.

Het terugverdieneffect is enorm

Zoals daarnet vermeld doet deze biomedische parametergeoriënteerde interventie de overlevingskans significant stijgen. En dat in een populatie waar er toch enorm veel geld wordt geïnvesteerd in primaire behandelingen – zeker in radiotherapie en immunotherapie. Daarmee vergeleken is een voedingsbehandeling relatief goedkoop. We zijn eigenlijk de cheap win, maar het terugverdieneffect is enorm.

De 5%-drempel is wel belangrijk. De return on investment van een nutritionele interventie in termen van overlevingskansen is namelijk groter als je er in een vroeg stadium mee start. In het stadium van refractaire cachexie, dus bij minder dan drie maanden verwachte overleving en veel gewichts- en spierverlies, is het nut veel kleiner.

Tweesporenbeleid voor meer bewustwording

Vaak gaan patiënten zelf op zoek naar informatie over voeding die hun kanker helpt bestrijden. Ze komen dan terecht bij zogenaamde superfoods, van bessen tot zaden en scheuten, die bepaalde kankers zouden helpen voorkomen. Is dat goed? Ja en nee. Waarschijnlijk nee. Ze zijn betrokken, dat is prima, maar begeleiding is nodig. Daarom werken we ook in twee richtingen. We hebben onszelf op de kaart gezet in de oncologische wereld en daar hebben we de laatste 10 jaar enorme progressie gemaakt. Vandaag zijn we zo ver dat er, zeker in het UZ Brussel, effectief wordt gekeken naar die 5%-drempel, naar de lichaamssamenstelling en het metabolisme, dankzij het onderzoek dat we hebben verricht. Maar tegelijk moeten we ook de mensen zelf sensibiliseren. Wij, daarmee bedoel ik de 'nutritionisten'. In Frankrijk en Italië bijvoorbeeld, waar het beroep is erkend, en waar er niet toevallig ook een sterke eetcultuur heerst, wordt samengewerkt met patiëntenverenigingen die hun leden aanmoedigen om een nutritioneel behandelingsplan te bespreken bij een kankerdiagnose. Zover zijn we hier in België nog niet, maar we proberen patiënten wel te bereiken via sociale media.

De kennis is er (gratis)

Ondanks de bewezen resultaten zijn er nog altijd heel wat ziekenhuizen waar geen nutritionele therapie wordt toegepast. Omdat de kennis ontbreekt binnen dat ziekenhuis en iedereen naar elkaar kijkt. Er is geen eigenaarschap van nutritioneel beleid. Ik begrijp dat de oncoloog zegt 'ik ga mij daar niet in verdiepen want ik heb een andere expertise', maar zorg er dan tenminste voor dat er een referentiediëtiste in het team zit die zich engageert in voedingstherapie. Artsen moeten daar hun verantwoordelijkheid opnemen. Je kan toch niet iemand geen behandeling geven omdat je niet weet hoe dat moet. Ofwel leer je het, ofwel zoek je iemand die het wel weet of wil weten. ESMO (European Society For Medical Oncology) heeft duidelijke richtlijnen opgesteld die gratis op hun website staan. ESPEN (European Society for Clinical Nutrition and Metabolism), waar ik zelf in het bestuur zit, heeft eveneens richtlijnen voor kankerpatiënten en artsen gratis online ter beschikking gesteld. De kennis is er. Dat is in elk geval geen excuus.

Elk blogbericht op ‘UZ Brussel blogt’ weerspiegelt enkel de mening van de respectievelijke auteur.

 

Prof. dr. Elisabeth De Waele Prof. dr. Elisabeth De Waele
Prof. dr. Elisabeth De Waele
Afdelingshoofd Intensieve Geneeskunde en diensthoofd Klinische Nutritie
Elisabeth De Waele is sinds 2018 lid van de Raad van Bestuur van de European Society for Clinical Nutrition and Metabolism. Haar wetenschappelijk werk is gericht op klinisch onderzoek naar metabolisme en voeding bij ernstig zieke, kanker- en chirurgische patiënten. Ze publiceerde al zo’n 100 artikelen in peer-reviewed tijdschriften en geeft frequent live en virtuele lezingen op internationale en nationale symposia. Daarnaast is ze professor aan de Vrije Universiteit Brussel en Erasmus Hogeschool Brussel, waar ze les geeft aan studenten geneeskunde, apothekers en diëtisten in opleiding.

Respect zit verweven in het DNA van het UZ Brussel. Daarom staat respect ook centraal bij het reageren op nieuws- of blogberichten. We kennen graag uw graag mening en staan open voor suggesties of vragen, maar vragen wel om een aantal simpele regels in acht te nemen. Alleen reacties die de regels respecteren, worden goedgekeurd en gepubliceerd.